Jan Swart was born in Leeuwarden in the Netherlands in 1956. He started working as an artist in 1986 and since then he has built an extensive oeuvre. His techniques vary from oil paintings to drawings (charcoal, pastel), collages (newspaper photographs), and more recently Chinese ink on paper.

In 1993 he debuted in the distinguished gallery Waalkens. Since then his work has been exhibited in many galleries in the Netherlands, but also abroad in Germany and the UK. His work can be found in many private collections in the Netherlands, the US, the UK, Norway and the Czech Republic.

IMG_3642.JPG

Sinds 1986 werkt beeldend kunstenaar Jan Swart, geboren te Leeuwarden (1956), in Groningen gestaag aan zijn oeuvre. Hij is autodidact en debuteerde in 1993 bij galerie Waalkens te Finsterwolde. Sindsdien heeft hij in tal van galerieën zijn werk geëxposeerd, waaronder Niggendijker (Groningen), Clement (Amsterdam) en BBK (Oldenburg). Zijn werk hangt in particuliere collecties in binnen- en buitenland (Noorwegen, Tsjechië, Engeland en de V.S). Jan Swart's werk omvat schilderijen (olieverf), tekeningen (houtskool, pastel) en (kranten)collages. Zijn meest recente werk is gemaakt met Chinese inkt op papier. In het voorjaar van 2016 is zijn werk te zien in galerie O-68 in Velp en in het najaar hangt een deel van deze tentoonstelling in galerie Clair Hall, Cambridge University (UK).

Beheersen en niet

Het werk van de kunstenaar Jan Swart omvat inmiddels drie decennia aan kunst en deze website biedt een overzicht van zijn ontwikkeling van figuratief naar meer abstract werk.

De vroege werken - meest olieverfschilderijen - zijn figuratief. Wat direct opvalt zijn de houding en de plaats van de vormen in het kader. De hoeveelheid kleur is beperkt, de verfstreek vermeden. Het accent ligt volledig op de vorm. De olieverf is in lagen op het doek aangebracht. Hierdoor ontstaan levendige kleuren die nergens gelijk zijn. De structuur van het linnen is zichtbaar. Het werk is kwetsbaar, niets verhullend open en vooral krachtig door de directheid. In het latere werk is er alleen nog de vorm die lijkt los te komen van het oppervlak. Komt de ronde vorm op je af of gaat het juist de diepte in, is het een gat?

Het uitgangspunt dat de materialiteit van de gebruikte middelen belangrijk is voor het uiteindelijke resultaat vinden we ook terug bij de pastels en de inkten. Zo wordt de structuur van het oppervlak van het papier gebruikt bij de pastel tekeningen; terwijl bij de werken met inkt de zuigende werking van het etspapier de vorm mee bepaald. In dat latere werk is de figuratie steeds meer geabstraheerde vorm geworden. Toch spelen hier ook dezelfde elementen als in de schilderijen mee: ritme, rijm en harmonie. Net als in muziek wordt op vergelijkbare wijze emoties en associaties opgeroepen. En inderdaad, regelmatig gebeurt het dat kijkers een vergelijking met muziek maken.

De kunst van Jan Swart kent een eigen logica. Enerzijds is er een grote mate van evenwicht en beheersing, anderzijds worden toeval en 'fouten' meegenomen in het beeld. Elementen worden uitvergroot, vormen staan niet recht in het kader, maar nergens wrikt het. Het werk volgt zo zijn eigen wetten en gebruikt een eigen taal. Het komt als vanzelfsprekend over, logisch, zelfstandig. De beelden hebben een eigen universum die de kijker meenemen en laten reflecteren op het eigen bestaan en samenleving. Dat te doen met juist zo weinig mogelijk middelen die dwingen, is het streven van de kunstenaar die daar harmonie, kleur en beeld voor inzet. Zoals een musicus noten rangschikt die ons kunnen raken.

Jan Swart maakt graag de vergelijking naar de wereld buiten de kunst: "Mooie kunst is als de architectuur van een woning die niet alleen bedoeld is om in te wonen maar in harmonie is met zijn omgeving en die de omgeving naar binnenlaat". Zo staat voor hem ook kunst in de samenleving: het biedt een ander perspectief, reflecteert en geeft commentaar.

Eerder legde de kunsthistoricus David Stroband, die het werk van Swart goed kent, de relatie met de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-1961). Deze filosoof benadrukte dat expressie en perceptie twee centrale concepten zijn in de moderne kunst. Volgens Merleau-Ponty zijn sommige hedendaagse kunstenaars niet geïnteresseerd in de zichtbare werkelijkheid en dus in mimesis. Een kunstwerk is eerder het resultaat van een actieve schepping van de kunstenaar die de wereld als het ware opnieuw schept. "He shows how a thing becomes a thing and a world becomes a world". Zo creëert Jan Swart meermalen versies van de wereld die elke keer opnieuw voor- of achterkant, binnen of buiten en onder of boven als vaststaande dimensies uitdaagt. Zijn werk schept een vorm van ruimtelijkheid met niet één vaststaand perspectief.

En dan is er nog het perspectief van de kijker. Geen expressie zonder perceptie, zoals Merleau-Ponty stelde: kunst heeft een publiek nodig om tot wording te komen. Dat vindt ook Jan Swart. De kunstenaar heeft een bescheiden opstelling. Hij geeft de kijker ruimte om tot een eigen interpretatie te komen: de reden waarom hij geen titels gebruikt. Beelden creëren ook zichzelf; noch de maker, noch het publiek kunnen altijd volledig de betekenis verklaren We kunnen slechts ervaren wat het is. Het is niet veel anders als in de muziek: je kunt wellicht de noten en structuur verklaren maar uiteindelijk gaat het erom dat schoonheid die ons werkelijk raakt niet valt uit te leggen.

Het resultaat is werk dat in werkelijkheid gezien moet worden, beleefd moet worden. Dan zal de kijker ook ontdekken dat de werken gelaagder zijn dan het geval was bij een eerste indruk. Een indruk die uitnodigt vaker te gaan kijken en te blijven kijken. Kunst kijken wordt zo kunst ervaren.